Blog Goddank

Er  was een lied wat ik  heel vroeger toen ik een jaar of 17 was naar hartenlust kon zingen: dank u voor deze nieuwe morgen, dank u voor deze nieuwe dag en het lied eindigde in dank u dat ik u danken mag. Het lied ging met elk couplet een toontje hoger, zingen was niet mijn sterkste kant dus uiteindelijk was er een soort hoge piep die klonk bij dank u dat ik u danken mag. En als het afgelopen was voelde ik me voldaan. Ik zat op de HBS, rookte jointjes, droomde ervan later naar een goeroe in India te gaan en las Herman Hesse , Erich Fromm , Swami Vivekenanda en zong het christelijke lied. ‘S morgens vroeg zat ik vaak om 6 uur in het park in Kampen waar ik toen woonde mijn huiswerk te doen. ‘S avonds lag ik met Coen waar ik zo verliefd op was op een matras te luisteren naar Pink Floyd.  Ik kon me geen ander leven voorstellen dan dat. Ik was 17 en voelde me totaal vrij. Ik gooide mijn spijkerbroek in de chloor en borduurde een oude jas en liftte met Coen naar Zwolle om zwarte Afghaanse  te kopen en alles was van waarde. De weekenden  ging ik naar mijn ouders. Dan zat ik zondag in de kerk, daar voelde ik wat ik niet wilde voelen, ik voelde daar elke keer weer een verstikken, een hand om mijn keel, waardoor ik geen lucht meer kreeg, net genoeg om te ademen. Daar kon ik nooit zingen. Daar was schuld en lijden en een roep vanaf de kansel. Ik was zomaar gelukkig, maar daar kreeg ik het benauwd en zag het ongemak  om mij heen en voelde me verloren in een vreemde werkelijkheid. Daar voelde ik me klein. Daar begreep ik er niets meer van. Op zondagavond begon er dan weer een ander leven. Op mijn zolderkamer met het kleine dakraampje, mijn platenspeler, mijn matras op de grond. Domweg gelukkig, zonder te weten wat ik wilde worden, geen zorgen voor de dag van morgen, tot ik mijn diploma haalde. Opeens was het afgelopen, moest ik weten wat ik wilde gaan doen in de toekomst, moest ik ergens anders heen, ging iedereen ergens anders heen, kwam er een nieuwe kamer, een nieuwe stad, een nieuwe school, een nieuwe plek en werd ik iemand anders, zo leek het ja, werd ik iemand anders, ik moest er zelf aan wennen dat weet ik nog. Ik was  niet meer de Margreet van door de week en de Margreet in het weekend, ik was een nieuwe Margreet op een nieuwe plek met nieuwe mensen en was nieuwe dingen aan het leren. En de veranderingen gingen door en door, steeds weer iemand anders, soms zo vaak op een dag, in een week in een jaar.

Deze  week stond ik op de roltrap in Utrecht bij het Jaarbeursplein,  mijn nieuwe rijbewijs opgehaald bij het Stadskantoor en kreeg  een vreemde gewaarwording dat er zomaar al die jaren voor mij was gezorgd.  Ik had alleen onder de sterren geslapen  als het een feestje was en verder altijd in een bed, ik had kleren aan,  altijd zomaar gehad, er was altijd zomaar eten geweest, het gevoel dat dit alles er was zonder dat dat ik er iets aan kon doen,  dat ik was gebed in het leven. Er was geen verhaal, er waren geen mensen, alleen het gevoel dat ik gebed was in leven, zomaar. En het was heel primair: eten, onderdak, kleding. En dat was helemaal genoeg. Het vervulde me met een enorme dankbaarheid.

Die goeroe in India was er geweest in mijn leven en vele andere ervaringen en avonturen, vele huizen, scholen, banen en mannen, van alles nieuw geleerd, nog vele malen benauwdheid gevoeld en vreugde en plezier, kinderen, vriendinnen, familie, collega’s, gedanst jaren en jaren. Spirituele ervaringen , opkomst en ondergaan van heel veel, mijn naam veranderd , mijn lichaam veranderd.

Het moment op de roltrap was leven in leven weten genoeg, er was niet eens de adem, het was pure dankbaarheid voor basaal leven, dat het leven leven was gegeven.

Op de fiets naar huis zag ik zoveel in 20 minuten aan mij voorbijtrekken aan mensen, kleuren bewegen, actie, geluid  genoeg voor heel veel mensenlevens leek het wel. Het was overdonderend en tegelijkertijd was het ook gewoon leven, alles leefde gewoon als vanzelf. Alles gegeven. Alles ontvangen.

wat12